scharensliep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Een scharensliep aan het werk (1841)
Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·ren·sliep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scharensliep scharensliepen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

scharensliep m

  1. (beroep), (historisch) man die in vroeger tijden langs de deuren ging om scharen en/of messen te slijpen
    • De scharensliep ging met zijn handkar langs de deur. Er reed nog een enkele paardekar beladen met hooi door de binnenstad.[2] 
Schrijfwijzen
schaarsliep
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. scharensliep op website: Etymologiebank.nl
  2. Paardekar in de binnenstad, de Volkskrant, 2 december 2009
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be