schapraai

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schap·raai
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schapraai schapraaien
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

schapraai v / m

  1. kast met planken, vaak gebruik voor een kast in de keuken waarin voedsel wordt bewaard
    • Hebt gij soms op dit moment in uw schapraai geen haan of hen of iets anders om te eten? [3]
Synoniemen

Gangbaarheid

7 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.

Verwijzingen