schandelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schan·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schandelijk schandelijker schandelijkst
verbogen schandelijke schandelijkere schandelijkste
partitief schandelijks schandelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

schandelijk

  1. een schande vertegenwoordigend
    • Die politieke voorstellen zijn een schandelijke aanslag op de democratie zelve. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.