schalmen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schal·men

Werkwoord

schalmen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schalmen
schalmde
geschalmd
zwak -d volledig
  1. luiken van een schip overdekken
  2. iets gladmaken met een scherp gereedschap

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Verwijzingen