schaden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schaden
schaadde
geschaad
zwak -d volledig

Werkwoord

schaden

  1. (overgankelijk) iets of iemand schade toebrengen
    Hij schaadde dat prachtige monument.
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

schaden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schade
Synoniemen