schaden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schaden
schaadde
geschaad
zwak -d volledig

Werkwoord

schaden

  1. (overgankelijk) iets of iemand schade toebrengen
    Hij schaadde dat prachtige monument.
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

schaden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schade
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.