schadeclaim

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·de·claim
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schadeclaim schadeclaims
verkleinwoord schadeclaimpje schadeclaimpjes

Zelfstandig naamwoord

schadeclaim m

  1. een eis tot schadevergoeding
    • Hij overweegt een schadeclaim in te dienen bij de horecagelegenheden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie