Naar inhoud springen

schaarste

Uit WikiWoordenboek
  • schaars·te
enkelvoud meervoud
naamwoord schaarste schaarsten
schaarstes
verkleinwoord

deschaarstev

  1. (economie) tijd waarin het aanbod van iets veel lager is dan de vraag
    • Door de mislukte oogst heerst er schaarste op de graanmarkt. 
     September 199o, na twee conferenties over schaarste en ecologie op Pennsylvania State University, nestelde ik mij behaaglijk in de Greyhoundbus met in mijn hand Ecotopia van Ernest Callenbach.[2]
     Dat was een ongekende luxe, want haar moeder verzuchtte vaak dat ze echt niet meer wist wat ze haar gezin de volgende dag aan eten voor zou kunnen zetten, er heerste immers schaarste en alles was op de bon.[3]

schaarste

  1. verbogen vorm van de overtreffende trap van schaars
98 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  3. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be