sauzen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sau·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sauzen
sausde
gesausd
zwak -d volledig

Werkwoord

sauzen

  1. overgankelijk een plafond of wand voorzien van een laag, gewoonlijk witte, muurverf
    • We hebben het plafond gisteren gesausd. 

Zelfstandig naamwoord

sauzen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord saus
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie