saunabezoek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sau·na·be·zoek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord saunabezoek saunabezoeken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

saunabezoek o

  1. een bezoek aan een sauna of stoombad
    • ‘Stress heeft een negatieve impact op pijn’, begint Hubin voorzichtig. ‘Dat ervaart u waarschijnlijk zelf ook. Heeft u meer last op een emotioneel moeilijke dag?’ De jonge vrouw knikt, beschrijft hoe de pijn wat wegebde tijdens een saunabezoek. Toen ze niet moest koken of zorgen. ‘Door verhoogde stress krijg je gespannen spieren, ook op de plaatsen waar je al pijn hebt’, gaat Hubin verder. ‘Daarnaast weten we dat stress de ervaring van pijn kan verergeren.’[1] 
    • De zussen kiezen echter voor een regime van saunabezoeken, de hotelsportschool en veel nachtrust. ,,De grote beslissingen hebben we thuis al genomen’’, verklaren ze hun kalmte. ,,We kunnen ontspannen naar ons optreden toeleven. Het enige wat nu belangrijk is, is in topconditie op het podium komen.’’[2] 
    • Hoogleraar virologie Ab Osterhaus kan zich niet voorstellen wat de beschermende werking van de sauna zou moeten zijn. Ín het algemeen geldt dat weerstand belangrijk is om verkoudheid te voorkomen, maar ik waag te betwijfelen of saunabezoek daaraan bijdraagt. Er is in elk geval geen wetenschappelijk bewijs voor.'[3] 

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. de Standaard 25 NOVEMBER 2017
  2. Tubantia Stefan Raatgever 08-MEI-2017
  3. Volkskrant Cor Speksnijder 22 januari 2017