satansgebroed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·tans·ge·broed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord satansgebroed -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

satansgebroed o

  1. addergebroed

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen