satanist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·ta·nist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord satanist satanisten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

satanist m

  1. aanhanger van het satanisme
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie