sarcoom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sar·coom
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kwaadaardig gezwel’ voor het eerst aangetroffen in 1604 [1]
  • afgeleid van het Griekse 'sarx' (vlees) met het achtervoegsel -oom
enkelvoud meervoud
naamwoord sarcoom sarcomen
verkleinwoord sarcoompje sarcoompjes

Zelfstandig naamwoord

sarcoom o

  1. (medisch): kwaadaardig gezwel uit bindweefselcellen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen