sarcofaag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sar·co·faag
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘doodkist’ voor het eerst aangetroffen in 1872 [1]
  • Via het Franse sarcophage of het Latijnse sarcophagus ontleend aan het Griekse σαρκόφαγος (λίθος) "vleesetende (steen)" (met het achtervoegsel -faag)
enkelvoud meervoud
naamwoord sarcofaag sarcofagen
verkleinwoord sarcofaagje sarcofaagjes

Zelfstandig naamwoord

sarcofaag m

  1. een stenen doodskist
  2. een grafteken in de vorm van een doodskist
  3. (techniek) het stenen omhulsel van een kernreactor
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen