Naar inhoud springen

saquer

Uit WikiWoordenboek
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
saquer
saquais
saqué
eerste groep volledig

saquer

  1. (spreektaal) laten zakken, laten afgaan
    «Putain, le prof de math, il m’a trop saqué, il m’a mis que 8 à mon contrôle!»
    De wiskundeleraar heeft me verdomme laten sjezen, hij gaf maar een 4 voor mijn overhoring! [1]
  2. (spreektaal) wegsturen, de laan uit sturen
    «On s’est fait saquer de la piscine.»
    We zijn weggestuurd uit het zwembad.

se saquer

  1. wederkerend (spreektaal) ervandoor gaan
    «Il est où Julien? Il s’est saqué
    Waar is Julien? Hij is ervandoor gegaan! [1]