sandaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • san·daal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schoeisel’ voor het eerst aangetroffen in 1477 [1]
  • [2] Herkomst: Portugees, letterlijk: 'sluier' [2]
[1] enkelvoud meervoud
naamwoord sandaal sandalen
verkleinwoord sandaaltje sandaaltjes

Zelfstandig naamwoord

sandaal v

  1. (schoeisel) schoeisel dat bestaat uit een zool met banden
    • Een sandaal met sleehak. 
  2. (Jiddisch-Hebreeuws), (religie) lange doek met de breedte van de Torarol die vanaf de achterkant ervan met de rol mee wordt gewikkeld
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen