samenzwerinkje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·zwe·rin·kje

Zelfstandig naamwoord

samenzwerinkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord samenzwering