samenwerkingsverband

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·wer·kings·ver·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord samenwerkingsverband samenwerkingsverbanden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

samenwerkingsverband o

  1. geheel van onderlinge afspraken m.b.t. samenwerking
  2. alle personen bij een samenwerking

Gangbaarheid