Naar inhoud springen

saluut

Uit WikiWoordenboek
Nederlands meisje dat dienst doet bij de Women's Royal Naval Service op Wikipedia (nl) brengt een saluut
  • sa·luut
  • van Frans  salut zn  "heil" [1] [2]
    • zn: in de betekenis van ‘militaire groet’ aangetroffen vanaf 1822 [3]
    • tw: in de betekenis van ‘tussenwerpsel: groet’ aangetroffen vanaf 1866 [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord saluut saluten
verkleinwoord saluutje saluutjes

hetsaluuto

  1. (militair) officiële groet
    • De militairen brachten een saluut. 

saluut!

  1. (informeel) (verouderd) het beste! (groet bij een afscheid)
     Hitler moet dan toch eens met Himmler geklapt hebben, want begin maart mogen ze allemaal naar Strobl vertrekken. ‘Saluut en de wind vanachter,’ zegt die SS'er.[4]
  2. (verouderd) heil!, gegroet! (heilwens bij welkom of begin van een mededeling)
96 %van de Nederlanders;
88 %van de Vlamingen.[5]