saluut
Uiterlijk

brengt een saluut- sa·luut
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | saluut | saluten |
| verkleinwoord | saluutje | saluutjes |
het saluut o
- (militair) officiële groet
- De militairen brachten een saluut.
saluut!
- (informeel) (verouderd) het beste! (groet bij een afscheid)
- ▸ Hitler moet dan toch eens met Himmler geklapt hebben, want begin maart mogen ze allemaal naar Strobl vertrekken. ‘Saluut en de wind vanachter,’ zegt die SS'er.[4]
- (verouderd) heil!, gegroet! (heilwens bij welkom of begin van een mededeling)
- [1] doei! (gangbaarder in de 21e eeuw)
- [1] salu! (Belgisch-Nederlands)
- [2] gegroet!
- Het woord saluut staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "saluut" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 88 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ saluut op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 "saluut" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Het beleg van Laken in: Ludo Permentier & Rik SchutzTypisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, saluut
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Militair in het Nederlands
- Tussenwerpsel in het Nederlands
- Trefwoorden in het Nederlands
- Informeel in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 88 %