Naar inhoud springen

salu

Uit WikiWoordenboek
  • sa·lu

salu!

  1. (informeel) het beste! (groet bij een afscheid)
     Stroop schrijft dat de afscheidsgroet in Westbrabant oudoe is en dat het Antwerpse salu niet over de staatsgrens is kunnen komen. Als Bergenaar, die in zijn jeugd met salu afscheid nam en constateert dat oudoe bij de Bergse jeugd thans toeneemt moet ik dit tegenspreken.[2]
        1
  • frequentie in teksten uit België, vergeleken met die in Nederland, op een 7-puntsschaal: [3]
        2
  1. salu op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 14 november 2025 Weblink bron
    Hans Heestermans
    Boekbesprekingen : Jan Stroop, Sprekend een Westbrabander 2. in: Taal en Tongval., jrg. 35 (1983), V.F. Vanacker, Gent/St.-Amandsberg / J.B. Berns, Amsterdam, p. 238
  3. 1 2
    Ludo Permentier & Rik Schutz
    “Typisch Vlaams. 4000 woorden en uitdrukkingen” (2015), Davidsfonds, Leuven, ISBN 9789059086517, salu