salpeter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sal·pe·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse sal (zout) en het Griekse πέτρα (rots, steen)
enkelvoud meervoud
naamwoord salpeter salpeters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

salpeter o

  1. (scheikunde), (mineraal) een mineraal bestaande uit kaliumnitraat
    • Kool, zwavel en salpeter zijn de oorspronkelijke bestanddelen van buskruit. 
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie