saisine

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sai·si·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit Frans saisine.[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord saisine -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

saisine v

  1. (juridisch) (erfrecht) onmiddellijke overgang van de overleden erflater aan de erfgenamen op in zijn vererfbare rechten en in zijn bezit en houderschap
    • En als een erfgenaam – goed bedoeld – ‘te veel’ regelt of al wat spullen meeneemt uit de boedel, dan moet hij uit eigen middelen bijdragen aan de schulden van de erflater als de boedel negatief blijkt te zijn. Dit is een belangrijk erfrechtelijk uitgangspunt: de saisine. [2]
  2. (juridisch) (procesrecht) inroeping van de bevoegdheid van de rechter of rechtbank
    • De Fransen doen alles wat we willen dus ik hoef de saisine van het Hof niet door te zetten. Dat kunnen de Fransen gezien hun voorzitterschap niet gebruiken. [3]
  3. (leenstelsel) weer, d.i. feodaal recht op de beheersing (genot, bewoning of uitoefening) over goederen, ambten en onvrije dienaren die al dan niet aan een ander(man) toebehoren
    • Bij den overgang van „roturier” land betaalde de tijnsman een zeker bedrag. Daarvoor vergunde hem de leen- en grondheer dan de „saisine”, d.i. het volledig bezitrecht. In werkelijkheid is hier slechts sprake van een investituur (Verlei) een bevestiging van het reeds bestaande recht, een erkenning der van elders aanwezige saisine, een soort van kwitantie der honorifieke en fiscale verplichtingen, die den titel zelf onbeoordeeld liet. [4]
    • In zijn tweede deel behandelt de heer L. de Nederlandsche bezitactiën, en begint daarbij met een geschiedkundig overzigt [sic!] te geven van de wijze, waarop zich in de latere middeleeuwen uit de gewere of saisine eene eigenaardige bezitactie ontwikkeld heeft, die, onder den naam van complainte in Frankrijk ontstaan, naderhand ook in ons vaderland werd overgenomen. [5]
Schrijfwijzen
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

8 % van de Nederlanders;
11 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen