saillant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sail·lant
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen saillant saillanter saillantst
verbogen saillante saillantere saillantste
partitief saillants saillanters -
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opvallend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1]

Bijvoeglijk naamwoord

saillant

  1. opvallend
    • Dat vind ik toch wel een saillant detail. 

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Werkwoord

saillant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van saillir

saillant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van sailler
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   saillant saillants
  vrouwelijk   saillante saillantes

Bijvoeglijk naamwoord

saillant

  1. vooruitstekend, uitpuilend, uitstekend [2]
    «Un nez saillant
    Een úítstekende neus.
  2. opvallend, saillant
  3. levendig