sagittaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·git·taal
Woordherkomst en -opbouw
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sagittaal sagittaler sagittaalst
verbogen sagittale sagittalere sagittaalste
partitief sagittaals sagittalers -

Bijvoeglijk naamwoord

sagittaal

  1. (anatomie) met betrekking tot de pijlnaad, die van voor naar achter over de schedel loopt
    • Het sagittale vlak loopt van voor naar achter, en verdeelt het lichaam in een linker en rechter helft 

Gangbaarheid

33 % van de Nederlanders;
36 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen