søndagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • søn·da·gen
Naar frequentie 9995

Zelfstandig naamwoord

søndagen

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van søndag


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • søn·da·gen
Naar frequentie 18127

Zelfstandig naamwoord

søndagen

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van søndag


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • søn·da·gen

Zelfstandig naamwoord

søndagen

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van søndag