såret

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • så·ret
Naar frequentie 1262

Werkwoord

såret

  1. voltooid deelwoord van såre

Zelfstandig naamwoord

såret, o

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van sår


Noors

Woordafbreking
  • så·ret
Naar frequentie 1239

Werkwoord

såret

  1. verleden tijd van såre
  2. voltooid deelwoord van såre

Zelfstandig naamwoord

såret, o

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van sår


Nynorsk

Woordafbreking
  • så·ret

Zelfstandig naamwoord

såret, o

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van sår