ryddelig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • ryd·de·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoordse woord rydja met het achtervoegsel -lig
Naar frequentie zeldzaam
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
g enkelvoud ryddelig mere ryddelig mest ryddelig
o enkelvoud ryddeligt
meervoud ryddelige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
ryddelige mere ryddelig mest ryddelige

Bijvoeglijk naamwoord

ryddelig

  1. fatsoenlijk, keurig, netjes, opgeruimd
    «Sidst han var her, lignede lejligheden et bombet lokum. Uden møbler. Charly havde solgt det meste. Nu var her møbleret og ryddeligt. Og de døde planter i vindueskarmene var skiftet ud med levende.»
    De laatste keer dat hij hier was, leek het appartement als naar een bominslag. Zonder meubels. Charly had het meeste ervan verkocht. Nu was hier ingericht en opgeruimd. En de dode planten in de kozijnen werden vervangen door levende.
Typische woordcombinaties
  • pænt og ryddeligt
netjes en opgeruimd