ruste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rus·te

Zelfstandig naamwoord

ruste

  1. datief van rust, archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
Uitdrukkingen en gezegden

Werkwoord

vervoeging van
rusten

ruste

  1. aanvoegende wijs van rusten
    • Hij ruste in vrede. 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.