rupture
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| rupture | la rupture | ruptures | les ruptures |
rupture v
- breuk; het in stukken breken
- (medisch) verscheuring; ruptuur
- «une rupture du foie»
- een leverruptuur; een gescheurde lever
- «une rupture du foie»
- breuk; verbreking; het verbreken van een bestaande verbinding
- ↑ rupture (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.