rupsband

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rups·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rupsband rupsbanden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de rupsbandm

  1. brede band of ketting waarmee een voertuig over oneffen terrein kan rijden
    • De 27 cm hoge robot kan zich ook voortbewegen op zijn grote rupsbanden, afstanden inschatten, voorwerpen oppakken en meenemen, en zelfs pijltjes afvuren via het schiettuig aan zijn schouder. [2] 
    • Missie gefaald? Het landingsvaartuig voer woensdagavond rond 20.00 uur het Vlissingse Badstrand op om twee voertuigen met rupsbanden te evacueren. Die reden het schip in. Maar toen kon het landingsvaartuig, waarschijnlijk door het gewicht van de geladen voertuigen, niet meer van het strand afkomen. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 25/09/2017 door Michel van der Ven
  3. Tubantia Marjoleine Kramer 13-juli-2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be