ruiming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rui·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ruiming ruimingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ruiming v [1]

  1. destructie van vee op bevel van de overheid
    • Omdat een laagpathogene (milde) H5 variant kan muteren tot een hoogpathogene (zeer besmettelijke en voor kippen dodelijke) variant, moet het bedrijf zowel bij een laag- als een hoogpathogene variant worden geruimd. Dit gebeurt op basis van Europese regels. De ruiming wordt uitgevoerd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). [2] 
    • Zeker over de laatste twintig jaar heeft de geitenhouderij aan populariteit gewonnen. In de periode 2000 tot en met 2018 is het aantal geiten ruim verdrievoudigd. De geitenstapel daalde alleen van 2009 op 2010 met 6% als gevolg van de ruimingen in verband met Q-koorts. [3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen