ruimen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rui·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ruimen
ruimde
geruimd
zwak -d volledig

Werkwoord

ruimen

  1. iets leeg- of schoonmaken
    De bedorven lading werd geruimd door deze overboord te zetten.
  2. het leegmaken van een graf na een zeker aantal jaren
    Die graven worden na 35 jaar geruimd.
  3. de destructie van een veestapel als maatregel bij een uitbraak van besmettelijke ziekten
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

ruimen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ruim