rugwaarts

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rug·waarts
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen rugwaarts
verbogen rugwaartse
partitief rugwaarts

Bijvoeglijk naamwoord

rugwaarts

  1. terug, achteruit

Bijwoord

rugwaarts

  1. terug, achteruit

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be