rugschild

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

rugschild van een schildpad
Uitspraak
Woordafbreking
  • rug·schild
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rugschild rugschilden
verkleinwoord rugschildje rugschildjes

Zelfstandig naamwoord

rugschild o [1]

  1. een stevige, beschermende plaat op de rug van een dier
    • Geprepareerde olifantenstaarten, het rugschild van een landschildpad en geweerhoezen van nijlpaardenhuid. Die delen van beschermde diersoorten trof de douane op Schiphol woensdagmiddag aan in de bagage van twee Belgen die terugkwamen van hun huwelijksreis in Zimbabwe. Het stel had ook olifantenkiezen, een reistas van olifantshuid en een schild van een panterschildpad bij zich. [2] 
    • Begin dit jaar ontdekte een wandelaar op het strand van Ameland een apart en onbekend krabbetje. Onderzoek wees uit dat het diertje nauw verwant is met de Cirkelronde krab. Het rugschild vertoonde echter een andere lengte-breedteverhouding, meer ovaal. Ook zijn er wat andere verschillen. [3] 
    • In de oude werkhaven van de Neeltje Jans liggen een stuk of tien jachten voor anker. Vroeger kon je hier ook afmeren aan een steiger, maar die is weggehaald. Je hebt de rubberboot nodig om aan land te gaan en dat kan nog maar op één plaats: een zanderige hoek van dit betonnen bassin waar de Oosterschelde van alles bijeen heeft geveegd: plastic flessen, vlechten van gebleekt touw met zeewier, een gebarsten bouwhelm, rugschilden van inktvissen als kleine surfplankjes. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen