ruïneert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruï·neert, ru·ineert

Werkwoord

vervoeging van
ruïneren

ruïneert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruïneren
    • Jij ruïneert. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruïneren
    • Hij ruïneert. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van ruïneren
    • Ruïneert!