royeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ro·ye·ren, of:  roy·e·ren  bij meer oorspronkelijke uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘als lid schrappen’ voor het eerst aangetroffen in 1721 [1]
  • afgeleid van het oud-Franse roier (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
royeren
royeerde
geroyeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

royeren [4]

  1. overgankelijk als lid (van een vereniging) schrappen
    • De partij zegt zich niet te kunnen vinden in het bericht en neemt hier ook afstand van. In een ingelaste vergadering heeft het bestuur Wiesemann per direct geroyeerd als secretaris.[5] 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
roer

royeren

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud toekomende tijd (futuro) van roer