routier

Uit WikiWoordenboek


Nederlands

routier
Uitspraak
Woordafbreking
  • rou·tier
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord routier routiers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

routier m

  1. vrachtwagenchauffeur
     Het wonder van dit restaurant is de unieke, eerlijke kookstijl, die je als een routier op niveau zou kunnen classificeren: met een kaart als een Frans wegrestaurant, vertrouwd en tegelijk volstrekt origineel, betaalbaar en aangenaam. Een zeldzame mix.[1]
     Nu moet Le Mistral het hebben van die paar oude getrouwen die van de snelweg afslaan. Echte Franse truckers, routiers die van goed eten houden. 'Voor mij is een fatsoenlijke maaltijd: entree, plat, kaas, dessert', zegt Frédéric Deidier (49), terwijl hij enthousiast op zijn enorme buik kletst. 'Maar de jonge generatie chauffeurs gaat liever naar McDonald's.'[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Te gekke stekken” (30-03-2017), HP de Tijd
  2. Bronlink Weblink bron
    Peter Giesen
    “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be