rotwoord

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rot·woord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rotwoord rotwoorden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rotwoord o

  1. een stom, afgezaagd woord
    • Ik ben me toen meer op het acteren gaan toeleggen, een rol verdiepen. Een rotwoord, maar ik weet even geen ander. [1] 
    • Ik heb posttraumatische dystrofie met zenuwschade. Lopen gaat moeilijk en voor lange stukken heb ik een rolstoel. Eigenlijk raakte ik door een avondje uitgaan dus gehandicapt, ook al vind ik dat een enorm rotwoord. [2] 
    • "Ik zou de tijd nooit meer willen terugdraaien," vervolgt De Wild oprecht die na zijn ontslag onder meer bij omroep KRO-NCRV aan de slag ging als radiocoach voor jongeren met een beperking. "En anders had ik nooit de reis van mijn dromen kunnen maken, had ik niet zo lang bij mijn 3 kinderen kunnen zijn. 'Quality time', het is een rotwoord, maar dat was het wel." [3] 
    • Beelen heeft een goed beeld van dat 'nieuwe 3FM' en wat daarin zijn rol zou kunnen zijn. "Meer multimediaal zijn. Het is een rotwoord, ik weet het. Je moet veel actiever zijn online en op platforms als YouTube en andere sociale media." [4] 
Synoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia A. Gelder 26 juli 2015 Simone Kleinsma krijgt in september een nieuwe heup
  2. Tubantia 23 september 2016 ‘Gehandicapt na avondje stappen in Saasveld’
  3. Tubantia G. Tienhooven 10 januari 2017 De Wild: Niet meer de nummer 1, maar dat komt nog wel
  4. Tubantia G. Tienhooven 10 januari 2017 Giel Beelen: Afscheid van de ochtend gaat pijn doen