rottig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rot·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van rot met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rottig rottiger rottigst
verbogen rottige rottigere rottigste
partitief rottigs rottigers -

Bijvoeglijk naamwoord

rottig

  1. op een vervelende manier
    • Hij had op een rottige manier gehoord dat zijn vader was overleden. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.