rotgans

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rot·gans
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Oudnoor(d)s, in de betekenis van ‘eendachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1504 [1]
  • afgeleid van gans (met het voorvoegsel rot- ?) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord rotgans rotganzen
verkleinwoord rotgansje rotgansjes

Zelfstandig naamwoord

rotgans v/m [3]

  1. (vogels) Branta bernicla, kleine wit zwarte gans met een ver klinkende rott-rott roep
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen