roterij
Uiterlijk


(vóór 1940).
- ro·te·rij
- Naamwoord van handeling van roten met het achtervoegsel -erij[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | roterij | roterijen |
| verkleinwoord | roterijtje | roterijtjes |
de roterij v
- (textielindustrie) bedrijf waar men van vlas of hennep de bastvezels van het hout scheidt; plaats waar men vlas weekt
- Het woord 'roterij' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "roterij" herkend door:
| 29 % | van de Nederlanders; |
| 44 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -erij in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Textielindustrie in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 29 %
- Prevalentie Vlaanderen 44 %