rookkaas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

rookkaas
Uitspraak
Woordafbreking
  • rook·kaas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rookkaas rookkazen
verkleinwoord rookkaasje rookkaasjes

Zelfstandig naamwoord

rookkaas m

  1. kaas die in de rookkamer is behandeld of waaraan een rookaroma is toegevoegd
    • Ze nemen vanavond afscheid in stijl, tijdens een licht souper in het plaatselijke café. Op het menu staan onder meer gerookte zalm, paling en whisky, rookkaas, rookvlees en rookworst. En dan een fijne sigaar toe natuurlijk.Tegen middernacht zullen de leden van sigarengenootschap De Dampkring vervolgens symbolisch hun sigaren doven. [1] 
    • Als je minder zout wilt eten, dan kun je sterk gezouten kaas het best vermijden. Met name oude, belegen en rookkaas bevatten veel zout. Ook met vleeswaren moet je oppassen. Zo zit rookvlees, spek, salami en rauwe ham boordevol met zout. Ga liever voor kalkoenfilet, kipfilet of fricandeau. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen