rooibok
Uiterlijk

- rooi·bok
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rooibok | rooibokken |
| verkleinwoord | rooibokje | rooibokjes |
de rooibok m
- (evenhoevigen) Aepyceros melampus
, een van de meest voorkomende soorten antilopen in zuidelijk Afrika
- Het woord 'rooibok' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Nicoline van der SijsEtymologica : Afrikaanse namen voor planten en dieren in: Onze Taal., jrg. 73 nr. 5 (mei 2004), Genootschap Onze Taal, Den Haag, p. 126 - ↑
Weblink bron Peter ter HorstKuren doen de Zuidafrikanen graag in een wildpark : Maak de dieren niet te tam in: NRC Handelsblad, jrg. (28 juli 1992), Nieuwe Rotterdamse Courant, Rotterdam, p. 4 kol. 6 - ↑
Weblink bron Groeneweg, J.J.“Waar de doornboomen fluisteren” (1925), G.B. Van Goor zonen, Gouda, p. 82/83
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Evenhoevigen in het Nederlands
- Zoogdieren in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal