rooi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rooi
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rooi rooien
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

rooi v / m [4] [5] [6] [7]

  1. moeite
  2. droog rivierdal
  3. rooilijn: richtlijn

Werkwoord

vervoeging van
rooien

rooi

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rooien
    • Ik rooi. 
  2. gebiedende wijs van rooien
    • Rooi! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rooien
    • Rooi je? 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. Woordenboek der Nederlandse taal
  7. Woordenboek der Nederlandse taal


Afrikaans

Bijvoeglijk naamwoord

rooi

  1. (kleur) rood