rondweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rond·weg
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

rondweg [1]

  1. zonder omwegen; zonder er doekjes om te winden
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
rondweg bij Rotterdam
enkelvoud meervoud
naamwoord rondweg rondwegen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rondweg m

  1. een weg die rondom een stad gaat
    • Een deel van de N367, de oostelijke rondweg om Winschoten, is dinsdagochtend rond 07.00 uur weer opengesteld na een urenlange afsluiting wegens een brand. In de nacht lagen brandslangen over de weg die werden gebruikt bij de bestrijding van een brand op het industrieterrein aan de Kartonbaan, waar bij recyclingbedrijf Virol een berg met schroot in lichterlaaie stond.[2] 
    • De blikvanger komt pal langs de nieuwe rondweg Badhoevedorp. Corendon heeft het voormalig hoofdkantoor van Sony gekocht en verbouwt het nu tot viersterren hotel, zo schrijft het Leidsch Dagblad. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen