rondstruinen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rond·strui·nen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

rondstruinen [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rondstruinen
struinde rond
rondgestruind
zwak -d volledig
  1. ergens onderzoekend rondlopen zonder op de gebaande wegen en paden te blijven
    • In Zellik zijn overal sporen te vinden van de illegalen die er ’s avonds en ’s nachts rondstruinen. Aan de rand van een veld ligt een jas, handschoenen, een schoen en andere kledingstukken. De spullen zijn achtergelaten door vluchtelingen die een vergeefse poging hebben gewaagd om in een vrachtwagen te klimmen.[2] 
    • Het vliegveld van de Nepalese hoofdstad Kathmandu is maandagmorgen kort dicht geweest, omdat een katachtig dier op de start- en landingsbaan rondstruinde. Een piloot zei dat het om een luipaard ging.[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Verwijzingen