Naar inhoud springen

rondlopen

Uit WikiWoordenboek
  • rond·lo·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rondlopen
liep rond
rondgelopen
klasse 7 volledig

rondlopen

  1. ergatief een gesloten kromme lopend volmaken
    • Ze zijn al drie keer rondgelopen en moeten nog twee rondjes. 
    ▸ De mensen blijven rondlopen en de stoel van de vrouw blijft leeg.[1]
  2. inergatief herhaaldelijk ongericht lopen door een bepaald gebied
    • Er lopen daar vaak een paar reeën rond. 
    ▸ Zeggen dat je ondernemer wilt worden zonder een unieke en bijzondere kans te zien is zoiets als rondlopen met een gigantische hamer op zoek naar dingen om kapot te slaan.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. ↑
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  2. ↑
    Luke Burgis
    “Waarom we willen wat we willen” (2021), Xander, ISBN 9789401619004
  3. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be