Naar inhoud springen

rondje

Uit WikiWoordenboek
  • rond·je
  • afgeleid van  rond zn  met het achtervoegsel -je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord rondje rondjes

hetrondjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rond
  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ronde
  2. alleen verkleinwoord traktatie, gewoonlijk van alcoholische aard aan de aanwezigen in een café
    • Hij gaf een rondje en dat ging er wel in bij zijn vriendjes. 
  3. alleen verkleinwoord (sport) enkele rondgang over een baan
    • Ze hadden na een paar rondjes al een flinke achterstand. 
     Ze zouden steeds hetzelfde rondje zwemmen.[1]
    1. alleen verkleinwoord (sport) enkele rondgang om iets of iemand
     Met zijn handen op zijn heupen liep hij terug naar Teresa, nam haar onderzoekend op, draaide langzaam een rondje om haar heen en pakte toen haar vlecht vast, die hij in zijn hand woog, alsof hij een weduwe op de markt was die haar neus optrok voor de aangeboden groente.[2]
  • [2] een rondje geven
  • [2] een rondje voor de hele zaak
    een traktatie voor alle aanwezigen in een café
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Bronlink geraadpleegd op 17-7-2025 Weblink bron “Zeeleeuwen weg uit Artis, PvdD had geklaagd over verblijf.” (17-7-2025), NOS
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be