rondje
Uiterlijk
- rond·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | rondje | rondjes |
het rondje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord rond
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ronde
- alleen verkleinwoord traktatie, gewoonlijk van alcoholische aard aan de aanwezigen in een café
- Hij gaf een rondje en dat ging er wel in bij zijn vriendjes.
- alleen verkleinwoord (sport) enkele rondgang over een baan
- Ze hadden na een paar rondjes al een flinke achterstand.
- ▸ Ze zouden steeds hetzelfde rondje zwemmen.[1]
- alleen verkleinwoord (sport) enkele rondgang om iets of iemand
- ▸ Met zijn handen op zijn heupen liep hij terug naar Teresa, nam haar onderzoekend op, draaide langzaam een rondje om haar heen en pakte toen haar vlecht vast, die hij in zijn hand woog, alsof hij een weduwe op de markt was die haar neus optrok voor de aangeboden groente.[2]
- [2] tournee (2)
- [2] een rondje geven
- [2] een rondje voor de hele zaakeen traktatie voor alle aanwezigen in een café
- Het woord rondje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "rondje" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron “Zeeleeuwen weg uit Artis, PvdD had geklaagd over verblijf.” (17-7-2025), NOS - ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %