rondbazuinen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rond·ba·zui·nen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

rondbazuinen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rondbazuinen
bazuinde rond
rondgebazuind
zwak -d volledig
  1. iets uit je zelf overal vertellen terwijl het vaak gaat om zaken die geheim hadden moeten blijven
    • Een agressieve patiënt die na een conflict niet langer door mij behandeld wil worden, kan ik missen. Maar waar ik bang voor ben, is dat hij of zij gaat rondbazuinen dat ik geen goede dokter zou zijn. Dan ben je niet één patiënt kwijt, maar mogelijk ook nog de buren, familieleden en vrienden van die patiënt. [2] 
    • De bioloog van de natuurorganisatie BUND geeft de buspassagiers informatie over de vogeltrek en de eigenschappen van het veengebied, dat tussen Osnabrück en Bremen is gesitueerd. „In feite is het ook een beetje toeval dat ze hier zijn gekomen. We denken dat het zo’n veertien jaar geleden begonnen is met een soort noodlanding van een groep kraanvogels. Kennelijk beviel het zo goed, dat men dit nieuws is gaan rondbazuinen.” [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 22/juni/2017 door Maxie Eckert
  3. Tubantia 29-oktober-2014