romanesk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ro·ma·nesk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen romanesk romanesker romaneskst
verbogen romaneske romaneskere romaneskste
partitief romanesks romaneskers -

Bijvoeglijk naamwoord

romanesk [2]

  1. met de kleurrijke levendigheid zoals deze in een roman voorkomt
    • Carrère schreef een biografische schelmenroman over de Russische politiek activist en bestsellerschrijver Edward Limonov, die, in de woorden van de schrijver, een ‘romanesk, gevaarlijk leven’ leidde. In Limonov schetst Carrère “tegelijkertijd in schrille kleuren de wanhoop van het huidige Rusland”, aldus de jury, onder voorzitterschap van Alexander Rinnooy Kan. [3] 
    • Als je een toneelstuk op de planken zet, is de vraag die je stelt: wat kan ik met deze woorden nog meer zeggen? Bij het maken van een toneelbewerking van een roman vraag je je af hoe je het moet aanpakken zodat het op een podium werkt. De toneelmachine is romanesk van aard, hoe meer je dat zichtbaar maakt, hoe mooier en sterker je stuk wordt. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen