roetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • roe·tje

Zelfstandig naamwoord

roetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord roe
Woordafbreking
  • roet·je

Zelfstandig naamwoord

roetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord roet